|
Leidend kader voor het Nederlandse verkeersveiligheidsbeleid is, na de kaders uit de Nota Mobiliteit, het Strategisch Plan Verkeersveiligheid 2008 – 2020.
Hierin is de hoofdlijn van het integrale verkeersveiligheidsbeleid vastgelegd: een permanente verbetering van de verkeersveiligheid die ten goede komt aan alle verkeersdeelnemers, maar speciaal ook aan de kwetsbare deelnemers.
Met dit plan als basis geeft het rijk samen met de decentrale overheden de komende jaren invulling aan het realiseren van de voor verkeersveiligheid gestelde doelen te weten maximaal 500 doden en maximaal 10.600 ernstig gewonden in het verkeer in 2020.
In de tweejaarlijks op te stellen actieprogramma’s verkeersveiligheid worden de verschillende uit te voeren maatregelenpakketten benoemd. Bij de uitvoering wordt zowel rechtstreeks als via koepelorganisaties samengewerkt met de decentrale overheden om uitvoering te geven aan het integrale verkeersveiligheidsbeleid. Formele afstemming gebeurt in het Bestuurlijk Koepeloverleg (BKO). Daarnaast is samenwerking met andere partijen van groot belang. Het gaat dan bijvoorbeeld om publieke- en maatschappelijke organisaties, brancheorganisaties, andere organisaties uit het bedrijfsleven en om kennisinstituten.
Op basis van deze Actieprogramma's Verkeersveilgheid worden de regionale actieprogramma's en uitvoeringsprogramma's samengesteld en worden de beleidskaders voor o.a. de te nemen generieke maatregelen voor de verschillende verkeersdeelnemers ontwikkeld.
Hieronder volgen de tot dusverre ontwikkelde beleidskaders: |